Anne-Marie Krap, tekstschrijver en adviseur

KLANTREACTIE

Het is net of ik mijzelf hoor praten. Precies de toon die bij mij past. Eerlijk, ik word hier warm van.

MIJN BUITENPLAATS MAKELAARDIJ

Beke Hendriksma

KLANTREACTIE

"Anne-Marie schreef
de teksten voor mijn website. Zij verstaat
de bijzondere kunst om de woorden te vinden voor  wat er al zo lang op het puntje van mijn tong lag."
 

OPVALLEND JEZELF
Diny van den Bout

KLANTREACTIE

"Anne-Marie durft kritisch door te vragen en vertaalt de antwoorden in treffende teksten." 
 

DE WINTER
ORGANISATIEADVIES
FAIRBRAND
Klaas de Winter
 

KLANTREACTIE

"Ik heb Anne-Marie leren kennen als een enthousiaste, kundige en creatieve commu-nicatieadviseur. Ze denkt mee en komt afspraken goed na,
wat ik een prettige eigenschap vind."

 

SYNTENS INNOVATIECENTRUM
Marcèle van Kerkvoorde

KLANTREACTIE

"Anne-Marie weet in heldere, gewone dagelijkse spreek-
taal in al onze communicatie steeds uiteen te zetten wat de essentie van de boodschap is. Telkens weer een voorrecht en een genoegen om dat te ervaren."

 

MHIVN FOUNDATION

Peter de Vries, voorzitter

  • slide 1
  • slide 3
  • slide 3
  • slide 4
  • slide 5
false
10
10
fade
8
1

BOBBLUM

Het eind was duidelijk


Fruitkwekerij Krap. Al generaties lang een familiebedrijf. Wanneer het precies begon weten we niet, maar op basis van koopaktes kozen we voor 1810. Het eind was wel duidelijk. Dat was in 2012. Kwestie van huur opzeggen en bomen rooien. Maar duidelijk is iets anders dan makkelijk. En daarin ligt de aanleiding voor dit verhaal. 

 

Voor mij was het einde de aanleiding om terug te kijken. Om te ontdekken hoe het begon en waar en wanneer. Om te kijken wat er geteeld werd en hoe dat in de loop van de jaren veranderde. Om vast te leggen wat er gebeurd was, hoe de mensen het bedrijf hadden bepaald en het bedrijf de mensen.

 

Ik vond dat die mensen en hun geschiedenis het verdienden om niet vergeten te worden. Ook mijn ouders en mijn broer vonden het een mooi idee om een boek te maken over de geschiedenis van het bedrijf, en we begonnen. Hieronder het eerste hoofdstuk.

 

Kronenburg

Ymkjen Sijdzes zat in de keuken en staarde naar het papier met getallen dat voor haar op tafel lag. Twintig keer de pachtsom was een flink bedrag. Kronenburg was het waard, zeker met de 36 morgen land die erbij hoorde. Maar het was een groot bedrag, 6.260 caroligulden, 15 stuivers en 8 penningen. Waar moest het geld vandaan komen? Toch was het een mooie kans om de boerderij aan de Koudeweg nog een tijdje in de familie te houden nu haar vader een paar jaar eerder was overleden. En tja, het werd tenslotte ook eens tijd om te trouwen. Met zo’n bezit was ze een aantrekkelijke partij.  

 

Oervader
Zo kan het gegaan zijn, ergens in 1752. De Staten van Friesland hadden geld nodig. Veel grond was al verkocht aan de pachters en nu was ook de rest van het Oud Bildt aan de beurt. Ymkjen koopt de boerderij en trouwt vijf jaar later met Cornelis Teunis Crap. Douwe Zwart noemt hem de ‘oervader’ van de latere families Krap op het Bildt. Van hem stammen we allemaal af. Dat weten we, omdat mijn broer Rin en ik al snel een afspraak met Douwe maakten op het gemeentehuis. Douwe is de man van de geschiedenis. Hij weet precies welke archieven er zijn en wat erin staat. Douwe graaft, spit, ontsluit en ontdekt. Zijn vondsten deelt hij onder andere via artikelen in de Bildtse Post. In het gemeentehuis heeft hij zijn eigen domein. Vanuit de hoofdingang meteen links. Die kamer staat vol met ordners, boeken en mappen. De muren zijn bedekt met kaarten en oude foto’s, vaak zijn nieuwste ontdekkingen. En heel leuk: ik herkende Douwe meteen, terwijl het veertig jaar geleden was dat ik hem voor het laatst gezien had.

 

Schat aan gegevens
Ook Douwe was enthousiast over ons plan om de geschiedenis van het bedrijf te achterhalen en binnen de kortste keren lag de grote tafel vol met opengeslagen ordners, boeken en kopieën. Het duizelde ons al snel van de namen en van begrippen die we niet kenden. Cornelis Teunis, Teunis Cornelis, cohieren, reces- en proclamatieboeken, registers van koopbrieven, liste des habitants de la commune,  bevolkingsregisters enzovoort enzovoort. Het maakte me blij-onrustig en ik schreef zoveel mogelijk op. Rin kon de namen gewoon uit zijn hoofd onthouden. We kregen de smaak te pakken. Er was een begin! In twee opzichten. We hadden een start gemaakt én ontdekt bij welke Krap/Crap alles was begonnen. Dat smaakte naar meer.

 

Doopsgezind 
We hadden nu een boerderij aan de Koudeweg met de naam Crap eraan gekoppeld, maar nog geen fruit (en ook nog geen -K- trouwens). We waren heel benieuwd hoe en wanneer de overstap van koeien en koolzaad naar appels en peren was gemaakt. Daarom eerst een kijkje in het leven van Cornelis Teunis en zijn gezin. Zijn vrouw Ymkjen was als enige van haar broers en zussen niet gedoopt. Dat voelde ze blijkbaar als een gemis en in 1758, een jaar na haar huwelijk met Cornelis, traden ze beiden toe tot de doopsgezinde kerk. Cornelis Teunis wat later dan Ymkjen, hij moest er misschien nog even over nadenken. Toch was hij serieus en betrokken, want hij werd diaken en later ook ‘administrator’ van de doopsgezinde gemeente in Ouwe Syl. Hij woonde toen onder Froubuurt en was hertrouwd, want Ymkjen overleed in 1767, toen hun zoons Sijds en Teunis rond de tien jaar oud waren.  

 

Comité Revolutionair
Zoon Cornelis komen we regelmatig in allerlei stukken tegen. Hij had openbare functies en meerdere boerderijen en was ook dijkvolmacht, een soort waterschapsbestuurder.  Maar we komen hem ook heel anders tegen, namelijk als ‘ijverig lid van het Comité Revolutionair Provinciaal van Vriesland'. Dat klonk strijdlustig en interessant, maar wat betekende het? Na de Franse Revolutie in 1789 werd het ook in Nederland onrustig en dat leidde uiteindelijk tot het uitroepen van de Bataafse Republiek in januari 1795. Op het Bildt kwamen de mensen ook in beweging. Ze waren niet tevreden met het bestuur van het Bildt en van Friesland. In februari richtten elf mannen, waaronder Teunis Cornelis Crap, het Comité Revolutionair op. In maart bereikten de Franse troepen het Bildt en het inmiddels tot 42 leden gegroeide Comité  begroette de troepen met gejuich.

 

Er was een mini-revolutie: het Comité nam de macht over van de Friese Staten zette ook de grietman van het Bildt af, Jonkheer Duco van Haren, die vervolgens Huize van Haren ontvluchtte en zijn heil zocht in Duitsland. Een paar jaar later kwam hij overigens tragisch aan zijn eind: bij het omvallen van een postwagen viel een zware koffer op zijn borst. De burgers zagen de komst van de Fransen als een bevrijding (terwijl het eigenlijk een bezetting was) en er was groot feest, met bier en volop dansen rond een vrijheidsboom. Toen de rust was weergekeerd kwam Teunis Cornelis in de voorlopige gemeenteraad. Hij ging voortvarend aan de slag met voorstellen om het bestuur te verbeteren. Tot mijn verbazing kenden ze in die tijd ook al het fenomeen van de commissies, want we lazen dat Teunis er maar liefst in drie zat. Hij hield zich onder meer bezig met ‘Instructiën voor de ambtenaren’. Hartstikke goed van Teunis Cornelis. Niet alleen verzet tegen de gevestigde orde, maar ook helpen met het opbouwen van iets nieuws.

 

Allerbeste vruchtboomen en heel vreemd heestergewas
Na de dood van Ymkjen waren vader Cornelis en zijn zoons Teunis en Sijds dus samen eigenaar van de boerderij aan de Koudeweg. Toen de jongens nog klein waren was dat niet zo’n probleem, maar toen ze ouder werden moest er iets gebeuren. We ontdekten dat vader Cornelis hertrouwde en verhuisde naar Froubuurt en dat Teunis op de boerderij bleef. Sijds ging een andere kant op. Hoe zou dat gegaan zijn? Hoe beslisten ze dat Teunis op de plaats zou blijven? Zat het boer zijn hem het meest in het bloed? Was hij echt het meest geschikt? Feit is dat de jongens heel verschillend waren. Teunis liet zijn stem nadrukkelijk horen in de gemeenschap, als lid van het Comité Revolutionair, dijkvolmacht en raadslid met ook nog een rol in de rechtspraak. Misschien was dat ook thuis zo en had Sijds niet veel in te brengen. Het kan ook zijn dat Sijds het niet zag zitten om boer te zijn op die plek. Misschien had hij niks met beesten. Want het was een gemengd bedrijf dat ze hadden, met koeien voor de melk en paarden voor het werk. Of hielp hij Ymkjen in haar moestuin, had hij een stukje grond voor zichzelf. Was hij die kale vlakte zat, met altijd maar die wind. Had hij behoefte aan beschutting en aan hogere gewassen om zich heen dan gras, tarwe en koolzaad. Misschien had hij wel eens in de tuin van Huize van Haren rond mogen kijken en zich daar vergaapt aan de ‘allerbeste vruchtboomen en heel vreemd heestergewas’ en vond hij het niet erg dat Teunis op de boerderij wilde blijven. Hoe het ook zij, hij werd boomkweker en huurde land in ’t Bosch in St. Anne.


Reageren & delen

E-mail